Louis Hollaar: 'Gedoe op de team pursuit neem ik voor lief'
In dit artikel:
Louis Hollaar (27) verlaat na vier jaar Reggeborgh voor Essent om zich sportief anders te ontwikkelen: hij wil zijn 1500 m verbeteren en zich nadrukkelijk richten op de ploegenachtervolging. Persoonlijk staat hij ook aan de vooravond van het vaderschap; de babykamer is klaar en hij voelt zich rustig maar benieuwd.
Hollaar pleit voor een fundamentele wijziging in de selectie van de ploegachtervolging: niet langer drie losse beste individuen aanwijzen, maar commerciële ploegen als geheel laten rijden op internationale wedstrijden. Zijn argument is praktisch en strategisch: vaste teams die structureel samen trainen creëren een sterker collectief dan telkens een nieuwe samenstelling van 'beste rijders'. Als voorbeeld noemt hij de Amerikanen, die ondanks minder individuele topsprinters toch winnen door grotere teamcohesie. Volgens hem ging er het afgelopen seizoen vooral tijd verloren in de beginfase van ritten; hij ziet zichzelf als een ideale kopman omdat hij snelheid heeft en die tot het eind kan vasthouden.
Hollaar erkent dat het organiseren lastig is door verschillende ploegenbelangen en de rol van de bondscoach. Hij stelt twee paden voor: vasthouden aan een bondscoach maar mét veel duidelijkere, bindende afspraken; of juist zonder bondscoach werken en commerciële ploegen tegen elkaar laten kwalificeren, waarbij het beste team doorstroomt naar World Cups. Om overgangsproblemen te voorkomen pleit hij voor één of twee overgangsjaren zodat ploegen de tijd krijgen rijders te selecteren en samen te stellen.
Sportief verwacht hij bij Essent beter te passen bij middellangeafstandsrijders zoals Tijmen Snel, wat zijn ontwikkeling op de 1500 m moet stimuleren en de combinatie met ploegachtervolging vergemakkelijkt. Ook wil hij actief blijven in de mass start, maar daar is hij afhankelijk van coachkeuzes; hij haalt een eerdere ervaring aan waarin hij op de World Cups een belangrijke rol speelde maar toch voor het WK werd gepasseerd, wat hem terughoudend maakt om volledig op die discipline te vertrouwen zonder zekerheid van selectie.
Tot slot: bij Essent treft hij een oude bekende in Chris Huizinga, voormalig huisgenoot en maat sinds hun skeelerjaren, wat de overstap ook sociaal aantrekkelijk maakt. Hollaar ziet verandering als noodzakelijk—zeker voor de mannenploeg—en biedt concrete voorstellen om de ploegachtervolging minder "gedoe" en meer resultaatgericht te maken.