Peter Kolder: 'Lange afstanden als speerpunt begint op te leveren'
In dit artikel:
Met het NK Allround, Sprint en Lange Afstanden in het vooruitzicht en de Viking Race een week later, blikt KNSB-bondscoach Peter Kolder tevreden terug op een druk juniorenseizoen dat zijn hoogtepunt kende bij de wereldbekerwedstrijden en het junioren-WK in Inzell.
Wie en waar: de KNSB-juniorenselectie (KTT’s en TalentNED) nam deel aan drie World Cups (Milaan, Collalbo, Inzell) en het WK in Inzell. Kolder begeleidde zowel rijders uit de regionale KNSB Talent Teams als atleten van TalentNED, zoals Ede Kortlever, Nathan Pijl, Mette ten Cate en Naomi Kammeraat.
Wat en wanneer: de seizoensstart in Milaan verliep stroef — mede door late aankomst en ijskwaliteitsproblemen — maar in Collalbo waren de prestaties al duidelijk beter. Inzell werd gebruikt als laatste test voor het WK; daar stak vooral Thijs Wiersma uit met een sensationele juniorenrace op de 3 km (3.50,19) en een persoonlijk record op de 1500 m (1.46,36). Die uitschieter bevestigde volgens Kolder dat de gekozen aanpak vruchten afwerpt.
Waarom deze koers: Kolder en hoofdcoach Jetske Wiersma hebben de nadruk gelegd op de lange afstanden binnen de talentontwikkeling. Door extra trainingskampen en gerichte voorbereiding moeten junioren sterker en duurzamer worden, met het oog op het herstellen van het seniorenniveau bij de stayers. Resultaat: waar zeven jaar geleden slechts twee junioren onder de zeven minuten konden rijden, zijn er nu naar schatting tien die 6.40 of sneller kunnen schaatsen — een duidelijke indicator van ontwikkeling.
Methodiek en filosofie: de KNSB volgt een voorzichtige, duurzame aanpak. School, techniek en geleidelijke belasting wegen zwaar; ongeveer twintig procent van de voorbereiding is individuele keuze, de overige tachtig procent verloopt in gezamenlijke TeamNL-sessies (dit seizoen zeven). Dat contrasteert met sommige landen (bijv. Kazachstan, Polen, Korea, Japan) waar jongeren zwaarder worden belast om vroeg te scoren. Kolder benadrukt dat de Nederlandse strategie mikt op loopbanen van 10–15 jaar in plaats van snelle, korte pieken.
Selectie en teamtactiek: selectiekeuzes worden functioneel gemaakt op basis van teamnummers (team pursuit, teamsprint, mass start), niet op herkomst van rijders. Kolder adviseert de Selectiecommissie welke combinaties het meest kansrijk zijn; de commissie besluit formeel. Een aandachtspunt is de beperkte squad-grootte bij World Cups/WK: met slechts vijf toegestane rijders ontstaat overlap en dubbele belasting. De KNSB pleit op het congres voor uitbreiding naar zes schaatsers per geslacht.
Internationaal perspectief en rivalen: het niveau is wisselend; buitenlands supertalent (zoals Finn Sonnekalb, Kristina Shumekova en de sterke Japanner Taigo Sasaki) kan de medaillekansen van Nederland temperen. Kolder ziet dit als onderdeel van de realiteit en benadrukt dat trainingsbelasting en loopbaanplanning per land sterk verschillen.
Sfeer en toekomst: de onderlinge concurrentie blijkt positief: rijders als Wiersma en Kortlever trekken elkaar omhoog en tonen teamspirit, ook buiten hun eigen teams. Naast schaatsen ontwikkelt Wiersma zich als wielertalenten (deelname aan Parijs‑Roubaix met Visma – Lease a Bike), maar Kolder verwacht dat zijn hart bij het schaatsen blijft liggen.
Kortom: de KNSB-junioren maken meetbare stappen, vooral op de langere afstanden, dankzij gerichte camps en een langetermijnvisie. Tegelijk wijzen internationale tegenstanders en de keuze voor zorgvuldige belastingplanning op de voortdurende uitdaging om juniorensucces duurzaam om te zetten in seniorprestaties.