Renate Wennemars: 'Joep werd Joep 1.0, geen Erben 2.0'
In dit artikel:
De serie Van Jong tot Goud vertelt hoe olympiërs hun eerste schaatsmeters maakten; dit portret van Renate Wennemars zoomt in op de opgroei van haar zoon Joep. Zijn eerste glijmomenten waren letterlijk naast huis in Dalfsen, op de natuurijsbaan vlakbij, en later als peuter op het middenterrein van Thialf tijdens de trainingen van vader Erben. Schaatsen zat in de familie en het dorp: opa en oma en de lokale IJsclub Stokvisdennen speelden een grote rol en zorgden ervoor dat Joep en broer Niels vroeg het ijs op gingen.
Vrijdagavondritten naar Deventer met broodtrommels en ouders die hielpen met veters werden routine; het rustige ‘krabbelen’ maakte geleidelijk plaats voor wedstrijden. Joep bleek competitief en serieus: prestaties maakten hem gefocust maar ook kwetsbaar voor frustratie als het niet liep. In het gezin bestond bovendien de gewoonte om prestaties extra te belonen — iets waar Renate kritisch over is omdat zij vindt dat motivatie vanuit plezier moet komen, niet vanuit materiële prikkels.
Het leven als zoon van ex-topschaatser Erben bracht voortdurend verwachtingen met zich mee. Volgens Renate besefte Joep dat niet altijd bewust, maar de druk werd voelbaar toen hij vorig jaar wereldkampioen op de 1000 meter werd. Die titel werkte bevrijdend: plots stond hij niet meer in de schaduw van zijn vader maar als zichzelf — “Joep 1.0”, zoals Renate het samenvat. Om de beeldvorming te dempen besloten vader en zoon later geen gezamenlijke interviews meer te geven, terwijl Erben toch betrokken blijft als adviseur en hulp bij het prepareren van schaatsen.
Renate benadrukt dat Joep niet alleen talent heeft, maar vooral veel toewijding en een groot pijngrensvermogen — eigenschappen die hem onderscheidend maken. Toch zag zij ook het risico van overbelasting. Een door Erben nieuw leven ingeblazen selectie in Deventer, met schema’s, een ‘pakje’ en status, werd voor Joep te veel: school, reizen en extra trainingen maakten de balans kapot. Renate greep in en liet Joep uit die selectie stappen. Hij keerde terug naar Stokvisdennen, een club met ruimte voor verschillende niveaus, plezier en een veilige ontwikkeling. Die keuze bleek voor beiden een opluchting.
Een belangrijk keerpunt kwam tijdens het WK Junioren in Innsbruck, middenin de coronaperiode. Door regels zat Erben vaak letterlijk buiten de baan, maar zijn aanwezigheid — ook al was het op een vuilcontainer — gaf steun. In die vreemde, sfeerloze setting won Joep de wereldtitel bij de junioren; dat moment gaf hem het vertrouwen dat hij echt kon meegaan op hoog niveau.
Met het oog op Milaan over twee weken wenst Renate vooral dat Joep fit en fris aan de start verschijnt en kan rijden “voor wat hij waard is”. Een medaille zou mooi zijn, maar belangrijker is volgens haar dat Joep als zichzelf mag schaatsen, los van vaders erfenis en zonder de last van andermans verwachtingen.