Selectievolgorde OKT bekend: hoe ziet de matrix eruit?
In dit artikel:
Het belangrijkste selectiedocument voor het Staatsloterij Olympisch Kwalificatietoernooi (OKT) is gepubliceerd: een matrix die de volgorde bepaalt waarop Nederlandse langebaanschaatsers in aanmerking komen voor de negen olympische plekken per geslacht die Nederland via de World Cups heeft verdiend. De matrix rangschikt vijftien individuele startplaatsen (plus één aanwijsplek voor de mass start) op basis van de kans op medailles; bovenaan staan de onderdelen met de grootste goudenkans, onderaan de minst waarschijnlijke.
Werking: de uitslagen van het OKT worden ingevuld in de matrix. Er wordt gezocht naar de eerste negen unieke namen; scoort een schaatser op meerdere afstanden, schuiven lagere posities op. Daardoor kunnen rijders op de plekken 10–15 alleen doorbreken als er veel dubbelingen zijn of als zij een aanwijsplek krijgen. Nederland mag meestal drie rijders per afstand inzetten, behalve op de langste afstanden en de mass start (maximaal twee).
Achtergrond en totstandkoming: de volgorde is berekend op basis van resultaten uit de World Cups van dit en vorig seizoen en het WK van maart 2025, met verschillende rekenmodellen en consultatie van topteams en de atletenvereniging. De bedoeling is de kansen op olympisch succes te maximaliseren.
Definitieve ploeg: de matrix bepaalt veel, maar niet alles. Voor teamonderdelen (mass start, ploegenachtervolging) doet bondscoach Rintje Ritsma vooraf een voorkeursschets; na het OKT levert hij een officiële voordracht aan de selectiecommissie. Die commissie besluit wie de teamonderdelen gaat rijden en of daarvoor aanwijsplekken worden gebruikt. Ook calamiteiten (ziekte, val) kunnen leiden tot invulling buiten de ranglijst. Per geslacht zijn maximaal drie aanwijsplekken beschikbaar. Na het OKT zijn de bovenste zes posities vrijwel zeker; de definitieve selectie wordt verwacht op 5 januari, wanneer de Nederlandse Winterspelenploeg wordt gepresenteerd.
Wat valt op: bij de vrouwen gelden de 500 en 1500 meter als sterkste medaillekansen volgens de matrix; daardoor zijn vrouwelijke winnaars van het OKT doorgaans verzekerd van een olympische startplaats. De nummers drie op 3 km, 1500 en 1000 staan echter kwetsbaar laag en hopen op veel dubbelingen om door te schuiven. Opmerkelijk is dat de nummers twee en drie op de 500 m relatief laag scoren (plekken 11 en 12), ondanks meerdere Nederlandse podiums dit seizoen — podiumplaats op het OKT is dus geen automatische garantie.
Bij de mannen prijkt de mass start bovenaan, mede door recente successen van Jorrit Bergsma en Bart Hoolwerf; de langste afstanden scoren juist laag. In een geïllustreerd scenario met NK-podiumplaatsen kom je zowel bij de vrouwen als mannen uit op verschillende samenstellingen: bij de vrouwen pakken doublures veel startplaatsen (Marijke Groenewoud zou er veel binnenhalen; Joy Beune was door ziekte op het NK minder zichtbaar), bij de mannen levert het NK exact negen namen op, maar enkele rijders (bijv. Sebas Diniz, Stefan Westenbroek) blijven kwetsbaar, afhankelijk van aanwijskeuzes voor teamonderdelen.
De echte invulling van de matrix volgt vanaf het OKT (vanaf 26 december); spannendheid en keuzevrijheid blijven tot de definitieve selectie op 5 januari.