Sven Kramer openhartig: 'De Spelen zijn niet het leukste'

dinsdag, 3 februari 2026 (23:55) - Schaatsen.nl

In dit artikel:

In De Uithof kwamen kort voor de start van de Olympische Spelen in Milaan schaatsnamen Sven Kramer, Gianni Romme en Sanne in ’t Hof bijeen bij de onthulling van de deelnemers aan de Jeugdschaatsdagen. Ze blikken terug op persoonlijke Spelen‑ervaringen en bespreken de kansen en zorgpunten voor het Nederlandse team in Milaan.

Sven Kramer zette de toon met een scherpe noot: “De Spelen is het hoogst haalbare, maar niet het leukste.” Als voormalig topatleet en tegenwoordig directeur van de Essent‑ploeg ziet hij de keerzijde van de mondiale show: de enorme commercialisering, hoe sporters vaak als figuranten in een groter verdienmodel fungeren en hoeveel van de opbrengst en aandacht niet bij de atleten zelf lijkt te landen. Zijn ervaring als organisator gaf hem extra zicht op die verhoudingen en verklaarde zijn kritische houding.

Gianni Romme erkent tegelijk de unieke status van de Spelen: het zijn de wedstrijden die je als sporter het meeste aanzien geven en een impact hebben die weinig andere evenementen evenaart. Hij benadrukt echter ook de mentale uitdaging: lange tussenpozen tussen onderdelen, de last van favoritendom en het constant opnieuw moeten vinden van ritme en focus. Romme prijst Kramers prestatie juist omdat hij die druk meerdere keren wist te dragen.

Sanne in ’t Hof, die in Peking 2022 deelnam, herinnert eraan dat de coronajaren de Spelen een andere dimensie gaven — weinig publiek, strenge maatregelen — maar dat deelnemen aan het hoogste podium desondanks bijzonder blijft.

Vooruitkijkend verwacht Kramer kansen voor Joep Wennemars op de 1500 meter en ziet hij vooral Nederlandse sterkte bij de vrouwen. Tegelijk waarschuwt hij dat de Nederlandse heren, vooral op de lange afstanden, terrein hebben verloren. Romme bevestigt dat beeld en noemt als voorbeeld de Noorse Sander Eitrem, die in Inzell als eerste ooit onder de zes minuten op de vijf kilometer dook — een prestatie die hij niet verrassend vond door de ideale omstandigheden daar. Eitrem beschouwt Romme als topfavoriet in Milaan; opmerkelijk is dat er volgens de oud‑schaatser momenteel geen Nederlander in die absolute favorietenrij staat.

Als oorzaken voor het Nederlandse achterblijven noemt Romme niet zozeer een plotseling falen, maar het succes van andere landen die sterk investeren in ploegvorming en gezamenlijke trainingsfilosofieën — denk aan de Amerikaanse “Pain Train”, en teams uit Noorwegen, Frankrijk en Italië. Die collectieve aanpak zou de sleutel zijn geweest tot hun vooruitgang, terwijl Nederland op sommige onderdelen versnipperd te werk gaat. Met het wegvallen van rijders als Patrick Roest en een nog niet volledig ingestelde opvolging, rust de hoop op jongere talenten zoals Stijn van de Bunt, maar hij wordt nog niet meteen als medaljekandidaat gezien.

Kort: de drie schaatsers combineren nostalgie met nuchtere zorgen — trots op wat deelname aan de Spelen betekent, maar kritischer geworden over de omgang met atleten en bang voor verdere achterstand als de opleiding en ploegstructuur niet worden aangepast.