Wie kan Ragne Wiklund nog van WK-goud houden?
In dit artikel:
Het WK Allround vrouwen in Thialf combineert sportieve strijd met veel emotie: afscheidssferen, nostalgie, ergernis over de ijscondities en de veeleisende wissel tussen allrounden en marathons. Na de eerste dag staat de Noorse Ragne Wiklund verrassend sterk op kop. Zij kwam van de Spelen terug met drie zilveren medailles en gaf het allroundtoernooi plotseling topprioriteit: op de 500 m zette ze een persoonlijk record van 38,84 neer — ruim sneller dan ooit — en won later ook de 3 km, waarmee ze meteen de concurrentie onder druk zette.
Miho Takagi uit Japan, die dit weekend haar lange carrière afsluit, liet eveneens van zich horen. Takagi reed de snelste 500 m (37,75) en bleef met 4.03,37 op de 3 km nog in de buurt van de medailles. Ze benadrukte dat haar aandacht vooral naar de 1500 m op zondag gaat, de afstand waar ze op de Olympische Spelen voor goud ging, en die bepalend kan zijn voor het eindklassement.
Martina Sáblíková kreeg een hartverwarmende ovatie en liet tranen zien bij haar afscheidsronde; het peloton omarmde de Tsjechische routinier uitvoerig. De emotie rond haar vertrek contrasteert met praktische irritaties: regerend wereldkampioene Joy Beune baalde van het moeten inrijden op een beschadigde inrijbaan, maar prees Sáblíková tegelijk als inspirator voor haar generatie. Beune staat voorlopig derde in het klassement, op 1,94 seconde van Wiklund en Takagi en weet dat ze op de 1500 m flink moet uitpakken om terug te komen.
Nederlands perspectief: Marijke Groenewoud staat voorlopig op podiumplaats drie in het algemeen klassement en herpakte zich na een teleurstellende 500 m (39,32) met een betere 3 km. Ze overwoog zelfs om naar de marathon in Groningen te rijden, omdat die weerspiegelt welke dubbelrol veel schaatsers dit seizoen voelen — allrounden én marathons rijden — maar besloot uiteindelijk te blijven vechten in Thialf. Antoinette Rijpma – de Jong (vijfde) geeft aan dat er nog niets beslist is; zij rekent op een sterke 1500 m en de afsluitende 5 km om plaatsen goed te maken.
Kortom: na dag één zijn er sportieve verrassingen en menselijke momenten, en wordt duidelijk dat de beslissende slag zondag op de 1500 m en 5 km valt. Het toernooi combineert topsport met afscheidnemende legendes en de praktische vraag hoe atleten hun energie verdelen tussen allround-ambities en marathonplannen.